Tai chi en de dood

Gepubliceerd op 11 oktober 2026 om 08:57

Tai chi en de dood

 

Iedereen kent de tai chi oefeningen. De tai chi chuan. De traag uitgevoerde, stromende gevechtssport die, mits goed uitgevoerd, je verbindt met je intern energienetwerk.

Je energie beweegt van binnenuit naar buiten toe en van buiten naar binnen.

 

Je verbindt je met iemand in de partneroefeningen en maakt contact met de energie van de ander. Zoekt naar het centrum van de balans in de ander en in jezelf en oefent om de balans in jezelf te houden en de balans in de ander te verstoren, waardoor jullie beiden dat centrum van balans leren versterken.

 

Het gaat vooral om voelen, vanuit het voelen een verbinding maken en vanuit die verbinding gaan de energieën van jou en de ander, met elkaar spelen. Niet het overwinnen, maar het leren speelt de hoofdrol, hoewel sommigen (de meesten) dat eerst moeten ontdekken.

 

De oefeningen dienen een doel, maar zijn geen doel op zich.

Tai chi is het doel.

De hoogste balans tussen yin en yang.

Tai chi is de eenheid met een bewegend universum.

Tai chi beweegt samen met de Tao (de weg).

 

Iedereen leeft met een pantser om zich heen. Het laagje persoonlijkheid dat je opbouwt om om te gaan met de wereld en je te beschermen tegen die wereld.

In die pantser leeft dat licht van je. Je persoonlijkheid beschermt dat licht. Soms kun je het laten doorschijnen en soms kun je het opsluiten in die pantser.

Angst voor al die dingen die je ervaringen je hebben geleerd geven de pantser zijn kracht.

Licht wil echter gezien worden.

Het meest waardevolle dat je in je hebt, verberg je voor de wereld uit angst.

 

De tai chi oefeningen laten je contact maken met je levensenergie en dat, nog diepere licht.

Het ontspannen dat je daarvoor moet leren is in feite de pantser openen, of in ieder geval, minder dominant maken, zodat je contact kunt maken met de energie achter die angst.

Stapje voor stapje kom je weer meer bij jezelf. Dat kan gevoelens losmaken waarvoor je je met die pantser probeerde te beschermen.

 

Emoties zijn gevoelens die botsen, bewegen en stromen en de pantser belemmert, of beperkt die beweging. Ruimte geven aan die beweging én je centrum van balans proberen te houden (aarden), is de volgende stap in de oefeningen. Je werpt de aap om de rust in je geest te herstellen.

De aap springt van tak naar tak, schreeuwt en vraagt aandacht, maar door je op het ontspannen en het aarden te richten, geef je ruimte en krijgt die aap meer rust.

Laagje voor laagje ga je door de pantser heen en af en toe krijg je misschien eens een verlicht inzicht dat je een bepaalde kant op drijft en waar verlangen en angst weer op elkaar kunnen botsen.

 

Gevorderde tai chi heeft weinig meer te maken met bewegingen uitvoeren, maar steeds meer met ruimte maken voor de beweging, totdat de beweging kan doordringen tot jezelf.

Dat is het punt waar vorm minder belangrijk wordt.

 

In de partneroefeningen ga je jezelf openstellen voor de energie van je partner. Je gaat duwen en afbuigen om je wortels in de aarde te versterken en ruimte te maken voor de energie van de ander, zonder dat het je uit balans brengt. Het is alles ontspannen, openen en ruimte geven, waardoor je je begint te realiseren dat de pantser geen kracht is, maar een handicap.

Maar steeds is daar weer die angst en de ervaringen achter die angst, waar je je voor moet openen en ruimte moet geven om verder te groeien in de tai chi.

Het vechtsportelement geeft je de mogelijkheid om je met je energie te uitten, maar niet door je emotie overgenomen te worden. De rust van je geest kan de apen beheersen. De ervaringen achter de angst worden steeds minder relevant. Er is enkel energie die ruimte nodig heeft en zich op een bepaalde manier wil uitdrukken.

 

Als je meer in verbinding komt te staan met je energie, dan ga je je energie steeds beter beheersen. Je kunt ze sturen met je geest, maar je geeft ook de ruimte die nodig is om kracht te ontwikkelen.

De kracht van een schroef die zich in het hout boort, of de bal waar alles vanaf botst, de zweep die enkel op het einde knalt.

 

Dat is enkel weer een ontwikkeling op de weg, wat mooi is om te ervaren, maar wat ook niet de essentie van de tai chi is.

 

De energie die je ontwikkelt in jezelf, stelt niets voor tegenover de beweging van de weg.

Het leven kan dingen in je weg gooien. Er is geen bescherming voor het lot dat je is gegeven.

Dingen kunnen je overkomen. Ongelukken, ziekte, natuurkrachten, de dood. Dingen die niet te vermijden zijn, maar waarmee je moet dealen.

 

Dat zijn de punten waarin je je gaat realiseren dat tai chi misschien de aard van een vechtsport heeft, het omgaan met weerstanden en het overwinnen van barrières en balans behouden, maar dat het uiteindelijk in de kern alleen maar over openen, ontspannen en één worden met de energie die je beweegt, gaat. Eén worden met de weg die je begaat. Het verliezen van de pantser, waardoor je één wordt met het leven, waardoor je het licht bevrijdt en laat schijnen.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.