Een waarschuwing vooraf:
Dit verhaal is net als het leven. Het begint ergens, werkt ergens naartoe en uiteindelijk besef je dat je geheel ergens anders uitkomt. Dat kan verwarrend zijn en onsamenhangend overkomen. Zo heb ik het geschreven en zo heb ik het laten staan.
Verwarring en onsamenhangende samenhang is ook wat het leven zo intrigerend maakt.
Zelfhelend vermogen.
We realiseren ons vaak niet dat ons lichaam een bron is van zelfhelend vermogen.
We hebben geleerd om ons lichaam te gebruiken als een gereedschap, om een taak op te lossen, of werk te doen.
Als iets niet meer goed functioneert ga je naar de doctor en laat je onderzoeken wat er mis is met je. Met een beetje geluk kan de doctor herstellen wat er fout zit en kun je weer even door op de manier hoe je dat gewend bent.
Dat is een systeem dat onhoudbaar wordt. Vergrijzing verandert de bevolkingssamenstelling en regeldruk, administratie en betaalbaarheid, laat de druk op de zorg verder toenemen. We zien ons lichaam nog steeds als een machine die voor ons moet werken, en als het niet functioneert dan ga je naar de doctor, of een coach. Dat is zo gegroeid, maar ook gestimuleerd. Het houdt ons afhankelijk en het is lucratief.
Feit is dat het lichaam zich grotendeels zelf hersteld, lichamelijk en geestelijk.
Het probleem is dat we dat zelfhelende vermogen niet trainen, of sterker maken, maar dat we het afbreken door een ziekmakende levensstijl en een omgeving die de verbinding met de krachten die we van nature hebben, onbewust maakt.
We weten niet meer wat we kunnen, maar moeten voor alles een beroep doen op een dure expert die jou slechter kent, dan dat jij jezelf kent.
In de loop van het leven bouwt iedereen een pantser op, om zich te beschermen, of om te gaan met de grote boze buitenwereld. Dat is evolutionair zo ontwikkelt.
We hebben eten nodig, drinken, een dak boven het hoofd en kleren tegen de kou. Dat zijn de basisvoorzieningen voor een gezond leven. Voor eten en drinken heb je land en water nodig en voor een dak en kleren, heb je grondstoffen nodig.
In de loop van de geschiedenis is daar altijd om gevochten. Voor land, water en grondstoffen. Dat is een evolutionaire angst en drang die in ons zit, zelfs als de wereld er nu compleet anders voor staat.
De rest van onze levensbehoeften zijn immaterieël. Die berusten op verbindingen. Familie, vrienden en gemeenschap.
De mens is echter niet zo goed in communiceren. Met die beschermingslaag om je heen, dat pantser, is het lastig om eerlijk te zijn. Het is lastig om niet in je eigen voordeel te denken, of dat van je gemeenschap, of om niet vanuit angst en wantrouwen te reageren, want je bent gewend aan strijd, terwijl communicatie op verbinding berust.
Oerkrachten.
Communicatie heeft een spirituele achtergrond. We zijn deel van een groter geheel. We zijn onderworpen aan ons lot en we zijn machteloos tegen de krachten van de natuur, of de godheid die de oceanen doet bewegen en de grond doet schudden.
Vanuit machteloosheid ga je buigen. Je geeft je over. Je geeft mee en aanvaard je ondergeschikte rol in het geheel. Je bidt om verlossing, of een goede oogst, veiligheid en kracht. Je bent dankbaar voor je leven en je plek op de Aarde. Je communiceert intern met het oneindige en probeert te begrijpen wat je rol is in dat geheel. Hoe je je moet gedragen om gezond en veilig te blijven.
We zijn echter niet goed in communiceren. De angst, het wantrouwen, de woede en verdriet, staat vaak in de weg van een eerlijke, open communicatie.
Het winnen, of verliezen, het onderwerpen, of overheersen, speelt nog steeds door in de communicatie. Door macht en kracht te vergaren, proberen we dat gevoel van machteloosheid te overwinnen. Je bidt niet, maar strijdt. Je kunt je pantser uitbouwen tot een leger, een wereldmacht, zodat jij aanbeden moet worden. Jij bent bepalend over leven en dood.
En toch blijf je kwetsbaar en machteloos, hoe hard je het ook probeert te ontkennen.
Deze twee oerkrachten beheersen de mensheid al zolang als ze bestaat.
Overgave en Strijd. Yin en yang. Ze stromen in elkaar over als nacht in dag, maar in het centrum staat de bron van beiden. Enkel in die bron kunnen we een dynamische, steeds veranderende balans vinden tussen die twee oerkrachten.
Die bron bereik je in verstilling en met een open hart, maar met dat pantser om je heen kun je niet echt open zijn. Intern lukt het misschien nog, maar in relatie tot anderen is het bijna onmogelijk. Je moet ook kracht opbouwen.
Die kracht kun je opbouwen in je lichaam, in het gevoel en in je geest.
Hier kan ik me even keren naar het moederland van de tai chi oefening en de onstaansgeschiedenis van die oefening.
Een legendarische chinese arts, volgens mij in de vierde eeuw had een idee dat de mens weer moest gaan bewegen als een dier. De pantser had een lichamelijke, gevoelsmatige en intellectuele component. Cultureel gefokte stijfheid, gevoelsmatig hypocriet en intellectuele arrogantie met de illusie dat wij het beste zijn dat het leven heeft voortgebracht.
Door te bewegen als dieren kreeg het lichaam weer zijn natuurlijke soepelheid en veerkracht terug die door de cultivatie van de samenleving kwijt werd geraakt; het moeten en voldoen aan de wensen van de ander, of de behoeften en verlangens van jezelf, verwijderdde je van de bron in jezelf.
De arts nam vijf dierspelen (bewegingsvormen / vechtsporten) en liet de mensen oefenen met die bewegingen. Daarnaast liet hij ze mediteren om de geest te verstillen, om weer te kunnen luisteren naar die bron.
Het werd een legendarische arts in het oude China.
Een aantal eeuwen later. Bodhidarma kwam van India naar China en bracht het boeddhisme met zich mee.
Vanuit die leer werd een klooster opgericht dat zich vooral richtte op meditatie. De verstilling van de geest en verbinding maken met de bron.
Eén probleem was dat de monniken steeds in slaap vielen tijdens de lange meditaties. Er was niet voldoende kracht om wakker te blijven in de diepte.
Zo werden die vijf dierspelen in het klooster geïntroduceert. De vijf dierspelen groeiden uit tot een gesystematiseerde training van het lichaam en de geest. Dat waren de Shaolin monniken die bekend staan om hun fysieke en geestelijke kracht en beheersing.
Weer een paar eeuwen verder richtte een Taoïstische monnik een klooster op volgens het systeem van de Shaolin monniken, maar gebruikte daarbij de filosofie van yin en yang en bracht meditatie in de, vaak traag uitgevoerde, beweging. Een vechtsport gericht op innerlijke kracht en verbinding.
Kracht en overgave werd in één systeem gegoten. Je beweegt niet met spiergroepen, maar als één geheel, stromend, met de kwaliteiten van water en vuur. Lichaam en geest verbinden zich als één en de pantser confronteert je met een gebrek. Een pantser is geen kracht, maar een beschermingsmechanisme. Een beperking om vrij te bewegen. Een ego dat in de weg staat. Gewenning en angst die je gegijzeld houdt.
De training vraagt een overgave waarin je de angst confronteert, de twijfel ondergaat en je commiteert tot het ontwikkelen van levenskracht. Alleen door de ervaring met die levenskracht (chi) kun je die pantser langzaam maar zeker laten verzachten, totdat er een verbinding kan ontstaan met de weg wat dat leven in jezelf moet afleggen om bij de bron te komen.
Dat maakt de tai chi oefening een spiritueel pad dat je via vechtsport, naar jezelf brengt. De weg waar je op zit, is de weg die je begaat, dat is de weg waar je niet van afwijken kunt, dat is de Tao. Bewustwording van die weg, geeft je het vertrouwen om gewoon te Zijn, en dat brengt naar buiten wat al die tijd in die pantser zat opgesloten.
Overgave aan dat proces is echter van een heel andere orde.
Het grootste deel van je leven weet je niet waar het heen gaat. Overgave aan een onbestemde bestemming vraagt een vertrouwen van je, voordat je bewust bent van de weg. Het is een bereidheid om de weg te ondergaan, wat hij ook voor je mag brengen. Het is een bereidheid om te sterven.
Dat is niet iets om een beginnend tai chi beoefenaar te zeggen, dus hou je je maar bezig met vormen en oefeningen, terwijl die innerlijke weg er eentje is die enkel jijzelf kunt begaan.
Je vindt een balans om te zijn wie je bent en je daarnaast ook nog te bewegen in een samenleving die zo´n schreeuwerige disbalans vertoont, dat je de drukke plekken het liefst vermijd. Geaard blijven is de oefening, balans brengen de opgaaf, overgave en vertrouwen dat dit proces ook bij onze weg hoort, brengt rust.
Als het leven zich gaat bevrijden van de ziekmakende invloeden, dan zorgt dat voor turbulentie. Niet iedereen is in staat om los te laten. We zijn zo gehecht aan de pantser dat we niet meer weten wie we zonder zijn. Dat we niet meer weten wat leven is.
Nadat ik het boek had geschreven over de zelfdoding van mijn zoon, kreeg ik een droom van Luc.
Luc zat op een bank naast mij en aan de andere kant een meisje dat ik niet kende. Luc was volwassen, maar praatte met de stem van het kind. Ik kende die stem van toen hij een jaar of vijf was. Het meisje vond dat echter niet leuk.
Ik vroeg Luc om normaal te praten, maar daarna zei hij niets meer.
Het meisje vroeg:´Wat doe je zoal als je zolang slaapt?´
Luc liet daarop zijn hand zien. Hij had met stukjes hout en ijzerdraad zijn hand volgeplakt met symbolen.
Die actie deed me wakker schrikken, maar ik wist dat hij een raadsel probeerde op te lossen. Er waren drie dingen die samen één zouden worden.
Het raakte me als een mokerslag. Hij zat nog steeds op zijn telefoon en dacht dat hij op rationele wijze een oplossing voor zijn probleem kon bedenken.
Na die droom stond ik op en schreef dit:
Gebed – het buigen voor, de overgave aan.
Liefde – De zwaartekracht die je naar de bron trekt.
Meditatie – Het verstillen van de geest, waardoor je hersenpatronen veranderen en informatie uit andere ´dimensies´ tot je kunnen komen.
Samen vormt het de weg naar de bron.
Ik had zijn raadsel opgelost en dat deed me op mijn grondvesten schudden. Fysiek, emotioneel en geestelijk was ik uit het lood geslagen. De hele dag had ik nodig om bij te komen van de schok. Het inzicht.
Het waren maar woorden, maar het was ook meer.
Ik twijfelde geen moment aan de waarheid van die woorden, maar ik was niet klaar voor de stap die het inzicht van me vroeg. Als ik dit naar buiten zou brengen, dan zou ik gek worden verklaard. En dan liet ik het rusten. Pikte de routine van mijn leven weer op. Ik dwaalde verder terwijl ik de weg wist.
De overgave was te groot voor me om aan te kunnen, of misschien was de tijd nog niet rijp.
Als verhaal gaat dit alle kanten op. Het begint ergens, maar het gaat ergens naartoe wat zo ver verwijderd ligt van dat begin. Van het zelfhelende vermogen van het lichaam gaat het naar de diepste inzichten van de geest, met een omweg door de geschiedenis van de tai chi, uitlopend in de angst om te delen wat je moet delen om die volgende stap op die weg te zetten. Die weg waar je niet van af kunt wijken, maar waar je wel op kunt treuzelen.
Wat is het lichaam meer dan een voertuig dat je nodig hebt om op weg te gaan?
Reactie plaatsen
Reacties